Vanaf nu belichten we elke maand wat er gebeurt in de muziekscene van Noord-Holland die de grenzen opzoekt. Interdisciplinair, verwijderd van de gebaande paden, achter de zolderramen. DIY initiatieven en evenementen waar je soms nét je vinger niet op kunt leggen. In de vorm van een interview of verslag, of allebei. Analoog in beeld gebracht. Deze maand in Hatsjoe!: Nicheniezen met... Jasper Stadhouders.
Polyband in Bimhuis
Gitarist en componist Jasper Stadhouders heeft zijn muziek nooit als
minimalistisch bestempeld. Toch ligt de kracht van zijn nieuwe
compositie voor de Polyband juist in zijn eenvoud. Ironisch, want het
podium van het Amsterdamse Bimhuis zakte op woensdag 22 januari nog
net niet in elkaar onder de opstelling van het negentienkoppige
ensemble.
Naast geluid is ook dans een belangrijk onderdeel van de performance.
Misschien wat minder uitgesproken dan in het vorige stuk, waarin
danseres Ibelisse Guardia Ferragutti als een Turkse dervish vijftig
minuten achter elkaar rondjes stond te draaien. Een intense en
opzwepende performance die de energie van de band laatt gieren en
zowel muzikanten als publiek in diepe trance weet te krijgen. De
danspartij van het nieuwe stuk, uitgevoerd door Ibelisse, Marjolijn
Vogels en Suzanne de Bekker en gechoreografeerd door Marjolijn, is een
stuk ingetogener, maar sluit dan juist weer naadloos aan bij de rest
van de band. Ook de dansers geven ritmische accenten en verschijnen in
verschillende combinaties op het toneel. Soms zit Ibelisse als enige
als in een droom verzonken midden op het podium, dan weer verkeren
Marjolijn en Suzanne in een gepassioneerde verstrengeling terwijl de
Polyband als een ontsporende trein te keer gaat. De intensiteit van
dit nieuwe stuk zit hem minder in de individuele muzikanten en des te
meer in de enorme variatie aan geluid en textuur, en in hoe
gestructureerd alles in elkaar zit. Ondanks, nee, juist dankzij de
improvisatie. De compositie zelf is vrij eenvoudig, het zijn dan weer
de improviserende muzikanten die het tot een levendig geheel maken.
Iedereen is in tune met elkaar en soms (bedoeld) out of tune met
zichzelf.
Na afloop sprak Luka Schuurman nog met Jasper Stadhouders.
Deze compositie was in opdracht, kan je vertellen hoe dit alles tot stand is gekomen?
"Martijn Buser, de programmeur van Gaudeamus volgt de Polyband al best lang en ik ken hem ook al heel lang uit de Utrechtse scene. In november 2018 mailde hij: “Hey, mag ik je telefoonnummer want ik wil je bellen voor iets” en ik had al zo’n voorgevoel want ik weet natuurlijk wat Martijn doet, hij is programmeur en hij bedenkt dingen. En ja hoor! Hij vroeg wat mijn plannen waren voor de Polyband en ik had dit idee eigenlijk al heel lang in mijn hoofd. De eerste Polyband was één compositie die zichzelf steeds uitbreidde, van een trio tot met zijn tienen ongeveer, maar ik had in mijn hoofd nog allemaal ideeën over polyritmiek, polytonaliteit, textuur en instrumentatie, en om dat echt te laten werken had ik heel veel mensen en klankkleuren nodig. Dus toen Martijn mij vroeg naar mijn toekomstplannen had ik al bijna een klaar plan liggen. Hij was gelijk enthousiast en gaf mij de opdracht, en ik kreeg eigenlijk carte blanche. Voor het eerst had ik de ruimte, tijd en middelen om al die ideeën echt uit te werken.
In eerste instantie dacht ik aan vijftien mensen, maar ik bedacht dat er ook zang en dans bij moest, en voor zo’n grote band ook een live geluidstechnicus. Zo komen we op negentien mensen."
Was het afgesproken wie wat speelt? Want je hebt wel gerepeteerd.
"Dat is zo min mogelijk afgesproken. We hebben heel veel gerepeteerd,
maar ik heb al het gecomponeerde materiaal op een paar pagina’s gezet
die iedereen kreeg, dus iedereen kan elke partij spelen in
verschillende combinaties."
Je creëert eigenlijk een soort wereld van geluid. Af en toe zat ik weg te dromen en dan kwam ik weer terug en waren jullie nog steeds bezig. Was dat ook je insteek bij het bedenken van eeuwige muziek, dat je het altijd aan kan laten staan en erin en eruit kan lopen?
"Ja, in die zin is het ook heel raar om te zeggen dat je een concert
gaat geven, dat je om half tien op het podium van het Bimhuis gaat
staan en anderhalfuur gaat spelen. Ik heb nooit bedacht dat het
anderhalfuur zou duren, daarom is het ook geen lineaire compositie."
Ibelisse zei dat ze blij is dat ze de choreografie van het vorige stuk
niet meer hoeft te doen.
(Lacht) "Daar kwam ze zelf mee! Als je dat draaien eenmaal begint te zien dan kan je niet meer weg. Dat had ook heel veel invloed op hoe wij speelden. Maar Marjolijn wilde al een tijdje iets met ritmes doen in haar choreografie, en dat ging eigenlijk precies over hetzelfde als waar ik mee bezig was. Dus toen hebben we besloten om het te combineren. Een dansbeweging kan je ook oppikken als muzikaal materiaal, dus het doel is ook dat het echt een wisselwerking wordt."
Gedurende de bijna anderhalf uur dat de Polyband op de planken staat
lijken de spelers, in het begin in uiterste concentratie, één voor één
los te komen en naarmate het stuk vordert doen steeds meer lachende
gezichten en twinkeloogjes de ronde. Uiteindelijk is de Polyband
gewoon een grote groep vrienden die mooie muziek wil maken.