Extravaganza met extra podiumdelen

Ontpoppen met PARRA.DICE en Salamander

  • Jelle Mes
  • Bas Kleijweg

Een vrijdagavond in de kleine zaal van de Nobel. Einde van de werkweek, een valse lente die het tapijt onder je sloffen vandaan heeft getrokken en eindelijk een moment waarop alle barrières en hokjes even geslecht worden met twee acts die lol hebben met labels. Het voorprogramma is de jazzy hiphop van Salamander, die twee jaar terug een zilveren medaille haalde bij de Nobel Award 2024. Hoofdact is PARRA.DICE is een negenkoppig v/x vertier die ambiance en enbie-ance levert met vette features en veel instrumentenwissels.

Salamander

Salamander hebben we al een aantal keer kunnen aanschouwen, en de gebaande maar gezellige paden zijn een ware warmtelamp. Opener ‘Witte Wolken’ is een ware terrastrack en de tutu van de zangeres doet ook een beetje aan een wolk denken. Boombap blijdschap over de bizarre maar mooie dingen in het leven gaat er ook goed in. De act laat zich kenmerken door speelse en verbazende teksten en dipjes in dissonantie, waar de toeschouwers zich toch ietwat tam onder gedragen. ‘Als ik een man zou zijn’ brengt daar natuurlijk verandering in, als voorproefje op Internationale Vrouwendag op de 8ste.

De zangeres vertolkt de snerende swagger van bejaarde blanke boys die haar rechten willen beperken over opzwepende tonen, en stelt voor de rollen maar is een keer om te draaien. Ook de zaal is om, en precies om dat moment volgt het meest kalme nummer, waarbij de contrabassist een strijkstok pakt en de trompettist achter de toetsen kruipt. Kopje onder in de beslommeringen? Nee, juist een omslag naar een pompende variatie die vaag doet denken aan ‘King of My Castle’ van Wamdue Project. Na een gangbare gangmaker met aankondiging van de EP eindigen we met ‘Thee’. Spoken word zwoelheid die eindigt in tegenritmes die doen vermoeden dat de thee met peyote gezet is. Uitmuntend.

PARRA.DICE

Natural 20

Er zijn vaak genoeg collectieven op het podium in de kleine zaal geperst, maar waarom zou je Tetris spelen als je ook gewoon extra podiumdelen naar kan zetten en ruimte overhoudt voor decor? PARRA.DICE telt negen muzikanten, en met ook nog twee gastrollen voor FENNE en Julia Sabaté is het een veelzijdige show die op een natural 20 landt. Hun pas uitgekomen plaat TURN THE DICE kruist invloeden van een gros aan muziektradities, maar ook live is het geen knip- en plakwerk waarbij je randen kan onderscheiden. ‘At Ease’ is een gladde start die je rustig de instrumenten laat inventariseren.

Oboe, hoorn, dubbele sax, drumstel, conga drums, viool, bas, gitaar, toetsen, en nog meer dingen die tetteren, rinkelen en rammelen. Daar zal een stevige verzekering op zitten, zowel qua polis als voor een goede avond. Ook het lichtplan laat zich meeslepen met de songtitels (‘Kameleon’, wat wil je dan ook anders). Het strijkspel strijkt neer in alle windstreken, bijvoorbeeld in NAWA nuances tijdens het olijke ‘Au Revoir Ooievaar’. Het collectief is niet bang om te bewegen en vertikt het om braafjes beurt om beurt één instrument het voortouw te laten pakken.

Zelfs als FENNE een zangbijdrage levert is er spetterende scat van de PARRA.DICE leden op ‘Horizon’ en samen scheppen ze een sfeer als een noir film in Kaapstad. De zangeres speelt tikkertje met viool en blazers in de titelloze track die haar korte gastrol afsluit. ‘Kwibus’ schakelt tussen snelheden en gaat gepaard met cancan-achtige trappen in de lucht. Tussendoor wordt de decoratieve dobbelsteen even gepakt om voor merch te rollen (gokken is ook overal tegenwoordig) en dan is het weer ritmes die je heupen uit hun voegen schroeven. Door de extra ingenomen podiumruimte zit iedereen lekker dicht op elkaar, maar de duidelijke tempo’s voorkomen botsingen.

De bijdrage van Julia Sabaté is dan weer een mooi duister contrast met FENNE, in een onheilspellend spel in het Spaans, met Zuid-Amerikaanse zwoelheid met een moeilijk te plaatsen twist. Ze is al weer veel te snel verdwenen. De spacey slo-mo met oboe tijdens ‘Chango’ is het volgende hoogtepunt, met kwaliteitskoper en groove foefjes. De rest van de set is een loesoe smeltkroes waarbij zelfs onze pen mee swingt tot warrige aantekeningen aan toe. De violiste gaat ook even naar het balkon van de kleine zaal, er was ergens een tamboerijn, de toetsenist deed nog iets en de toegift was een slepend einde met party partituur. Wat maakt het uit, dansbaarheid triomfeert altijd over leesbaarheid!