De leden nemen door hun verschillende achtergronden niet alleen ervaring uit diverse genres mee, maar ze hebben ook allemaal een ander pad bewandeld dat hen uiteindelijk hier samen in de repetitieruimte bracht. Oscar heeft het vak naar eigen zeggen ‘gewoon in een garage thuis’ geleerd en Michiel stopte snel met muziekles toen bleek dat in de klassiek georiënteerde hersens van zijn leermeesters geen ruimte was voor Slayer. Karel leerde op de muziekschool in Enschede de basis en auditeerde daarna bij ArtEZ. Hij werd aangenomen, maar haakte af vanwege een verplichte zomercursus noten lezen: ‘Ja, dag! Ik wilde gewoon muziekles en zo snel mogelijk in een band gaan spelen.’ Martin heeft van iedereen de langste formele muziekopleiding genoten: hij begon in Duitsland met jazz en kreeg daar in Enschede ook pop bij. ‘Het is gewoon gereedschap, al die theorie. Soms kun je dat gebruiken om sneller te werken. In jazz heb je geen grenzen. Daardoor krijg je gekke akkoordcombinaties en dingen die je in de pop wat minder hoort. Bijvoorbeeld in “Crown” zitten best veel dissonante tonen, maar die lossen altijd weer ergens naartoe op. Je voelt je een beetje naar, maar het klopt wel! Dat is juist het fijne van die muziek, ook als je naar Deftones luistert. Hij zingt soms ook tonen waarvan je denkt, zo heeft ome Bach het niet bedacht. Maar het kan wel. Bij wrijving komt energie vrij, toch?’
De frontman staat dan ook aan het roer van het schrijfproces. De bandleden krijgen voorafgaand aan de repetities al vrijwel volledig uitgewerkte nummers toegestuurd die ze thuis kunnen instuderen. Martin: ‘Je ziet ook: we zijn geen achttien meer. Iedereen heeft hiernaast een drukke baan. Ik heb zo’n ongelooflijke hekel aan repetities waar iemand met een lick van vier seconden aankomt, je dat met zijn allen uren repeteert en dan denkt, nou, volgens mij voel ik hem niet. Dan begin ik liever met een framework van een liedje. Ik ben er dan nog niet aan getrouwd; als iemand met een vet idee komt of voorstelt de toonsoort te veranderen, dan boeit dat me eigenlijk relatief weinig. Totdat iedereen er blij mee is gaat er voor mij nog geen vinkje achter.’ Oskar: ‘De basis is er, maar we krijgen alle vrijheid en ruimte om er een eigen partij van te maken.’ Michiel: ‘Als je samen met die nummers bezig bent is de interactie met Martin wel grappig! Hij zet het fundament neer en dan kunnen we daar een beetje omheen friemelen. Die man weet gewoon echt precies wat waar past en daar knal je een beetje achteraan. Prima! En uiteindelijk wordt het wat, dat is hartstikke leuk.’