De Nachtwacht laat in Paradiso zien dat liefdesliedjes en moshpits prima samengaan

Uitverkochte zaal in Amsterdam

Nachtwacht
  • Marc Fokken
  • Cheyenne Hegberg

Met een gitaar om zijn nek klimt Jiri Taihuttu op de schouders van een bezoeker. Terwijl de rest van Paradiso om hem heen staat te springen, speelt de frontman van De Nachtwacht onverstoorbaar zijn gitaarsolo verder. Het is moeilijk voor te stellen dat de band precies een jaar geleden zijn eerste show voor 150 bezoekers in Cinetol heeft gespeeld. Zaterdagavond staan ze voor een uitverkochte zaal in Paradiso. Met veel gitaarsolo’s, Nederlandstalige liefdesliedjes en opvallend veel nieuw materiaal laat De Nachtwacht zien wat je in een jaar tijd kan bereiken.

Nachtwacht
© Cheyenne Hegberg

Van Japanse idolpop naar Almeerse hiphop

Het publiek krijgt deze avond niet één maar twee voorprogramma’s voorgeschoteld. De aftrap is voor DoReMelody, een Amsterdams idolpop-duo dat zich laat inspireren door Japanse popcultuur. Met vrolijke kleuren en choreografieën brengt het duo een stukje J-pop naar Paradiso. Het is niet de eerste keer dat DoReMelody het podium deelt met De Nachtwacht. Eerder dit jaar stonden beide acts al samen in de Tolhuistuin.

Nachtwacht
© Cheyenne Hegberg

Daarna is het de beurt aan JAH. Met een roze gitaar hoog op zijn borst, twee zangeressen naast zich en een flinke dosis zelfvertrouwen betreedt de artiest uit Almere het podium. Zijn muziek beweegt zich ergens tussen hiphop, soul en disco. Nederlandstalige teksten worden afgewisseld met Engelse refreinen, terwijl JAH al shuffelend over het podium beweegt. ,,Willen jullie me horen rappen, rappen?!”, vraagt hij aan de zaal, om vervolgens de ene na de andere energieke verse eruit te gooien.

De zelfbenoemde misfit weet hoe hij een publiek moet bespelen. Na een verjaardagsliedje voor Claudia krijgt hij de hele zaal door de knieën, om iedereen even later weer te laten springen. Wanneer hij vraagt of zijn moeder een foto van hem kan maken, vormen bezoekers spontaan hartjes met hun handen. Zoveel mooie interactie met het publiek zie je zelden bij een voorprogramma.

Toch is zo’n groot podium voor JAH niet vanzelfsprekend. Hij vertelt dat Jiri hem les heeft gegeven op de Herman Brood Academie en dat hij nooit heeft verwacht door zijn voormalige docent als voorprogramma te worden gevraagd. Die verbazing is op het podium niet aan hem af te zien. JAH staat erbij alsof hij iedere week voor de grote zaal in Paradiso speelt.

Nachtwacht
© Cheyenne Hegberg

Een kerk vol gitaarsolo’s

Dan doven alle lichten in Paradiso. Op het podium flikkeren honderd elektrische kaarsjes, waarna een saxofoonsolo het optreden van De Nachtwacht aankondigt. Niet veel later verschijnt Jiri Taihuttu op het podium. Zonder shirt, met een opvallende gitaar om zijn nek en een dassenstaart aan zijn gitaarband.

Wie op dat moment denkt dat Jiri zijn beste gitaarwerk al op het debuutalbum heeft laten horen, zit volledig mis. Het eerste (nieuwe) nummer staat zit meteen vol met lange gitaarsolo’s en ook daarna krijgt het instrument alle ruimte. Jiri trekt alles uit de kast: van huilende gitaarlijnen tot solo’s waarbij hij op zijn knieën over het podium schuift. Soms lijkt hij iets te graag de klassieke gitaarheld uit te willen hangen, maar spelen kan hij zonder twijfel.

Een lessenaar met nieuwe teksten

De Nachtwacht speelt verrassend veel nieuw materiaal deze avond. Terwijl het gelijknamige debuutalbum pas in januari is verschenen, lijken Jiri en de band alweer volop bezig met het volgende hoofdstuk. De teksten zijn blijkbaar nog zo vers dat er een lessenaar voor Taihuttu staat met daarop de teksten van de nieuwe nummers. Hij slaat de bladzijden om als er een nieuw nummer gestart wordt, maar erop spieken doet hij zelden.

Sommige nummers doen door hun ritme denken aan Doe Maar. Andere liedjes, waaronder een verhaal over een man die alleen op een terras zit, roepen eerder associaties op met de verhalende teksten van Acda en de Munnik. Het is muziek die nostalgie oproept zonder dat De Nachtwacht daarmee zijn eigen geluid verliest.

Nachtwacht
© Cheyenne Hegberg

Liefdesliedjes en moshpits

Ondanks al dat gitaargeweld draait het bij De Nachtwacht niet alleen om instrumentale hoogstandjes. Jiri weet ook met zijn teksten het publiek te bereiken. Wanneer hij aankondigt wat hulp nodig te hebben bij een nummer, blijkt die nauwelijks nodig. Grote delen van de zaal zingen woord voor woord mee.

Tijdens Cederhout gaan overal in Paradiso de telefoonlampjes de lucht in. De combinatie van Jiri’s gitaarspel, de warme saxofoonklanken en honderden meezingende bezoekers zorgt voor een van de mooiste momenten van de avond. Als het nummer is afgelopen, zingen Jiri en het publiek het refrein nog eenmaal a cappella.

Maar wie denkt dat De Nachtwacht alleen geschikt is om verliefd naar je partner te kijken, heeft het mis. ,,Paradiso, maak een moshpit!”, roept Jiri even later. De oproep wordt gretig ontvangen en binnen enkele seconden ontstaat er een gapend gat voor het podium. Zelf besluit Jiri dat zijn volgende gitaarsolo niet op het podium hoeft plaats te vinden. Hij begeeft zich tussen het publiek, klimt op de nek van een bezoeker en speelt daar zijn solo verder.

Het typeert de veelzijdigheid van de band. Het ene moment staat Paradiso met de armen om elkaar een liefdesliedje mee te zingen om vervolgens weer een moshpit te openen. De Nachtwacht krijgt het allebei voor elkaar.

Van Cinetol naar Paradiso

,,Het is vandaag precies een jaar geleden dat we onze eerste show speelden in Cinetol, voor 150 man. En kijk waar we nu zijn, Paradiso!”, roept Jiri halverwege de avond. Het is een bijzonder moment voor een band die in zo’n korte tijd flink is gegroeid.

Wanneer Jiri zijn welbekende witte Gibson erbij pakt en de eerste noten van Midnight Cruiser inzet, wordt duidelijk dat de band inmiddels over echte publieksfavorieten beschikt. Het nummer wordt enthousiast ontvangen en ook hier krijgen de instrumenten alle ruimte. Vooral het samenspel tussen de huilende gitaar van Jiri en de saxofoon werkt uitstekend. Beide instrumenten lijken elkaar tijdens dit nummer uit te dagen en aan te vullen.

Aan het einde van de avond klinkt nog eenmaal het refrein over verliefd zijn op verliezen. Een toepasselijke afsluiting voor een band die de afgelopen twaalf maanden vooral lijkt te hebben gewonnen. De Nachtwacht heeft met zijn debuutalbum al laten horen wat het in huis heeft, maar bewijst in Paradiso dat de muziek live misschien nog wel beter tot zijn recht komt. Het nieuwe materiaal wekt bovendien de nieuwsgierigheid naar wat De Nachtwacht nog meer voor ons in petto heeft. En ook als de zaal leeg is, is de band nog niet uitgespeeld. Backstage worden rond de oude Paradiso-piano tot laat in de avond liedjes gezongen. Blijkbaar is één concert nog niet genoeg.