Daisy Ranoe en Desirée Coumans laten je fluisterhard landen in het Utrechtse Stadsklooster
Een intiem dialoog over de levenskunst van meervoudigheid
In de gewelven van het Stadsklooster in Utrecht vloeien de beeldende wereld van Daisy Ranoe en de muzikale reis van Desirée Coumans samen binnen het thema Heimat. Waar Ranoe met haar installatie Tussenland de meervoudigheid van haar thuisgevoel vangt, voert Coumans ons met Fluisterhard mee in haar weemoedige zoektocht die nog volop in beweging is. Na hun voordrachten leidden we een nagesprek in de tussenruimte van hun werken: een dialoog over lessen in collectiviteit, de kracht van verhalen en de levenskunst van het ‘tussenin’ zijn.
Tussen de kloosterbanken in de rechterzijbeuk van het Utrechtse Stadsklooster liggen hopen zand, somringd door schelpen. Bitterballen, kokosnootbloemen, dood koraal en een klok met elastische wijzers: de objecten trekken de bezoekers naar zich toe. Sommigen observeren in stilte, anderen proberen samen de betekenis te duiden. Die samenkomst en gesprekken geven vorm aan de kunstinstallatie Tussenland van kunstenares Daisy Ranoe. Het is onderdeel van de expositiereeks in het Stadsklooster onder het jaarthema Heimat: een gevoel van weemoed en thuiskomst.
Ranoe opent de avond met een persoonlijke voordracht. Deze geeft een inkijk in “haar” Tussenland, waarin ze de beweeglijkheid van haar culturele identiteit viert. Voor haar is dit een ruimte waar de puzzelstukjes op hun plek vallen. De plek waar ze ontdekt dat haar thuis ligt in de innerlijke beweging tussen Nederland en de Molukken. Daarin worden beide werelden niet tegenover elkaar gezet, maar naast elkaar gedragen. Het brengt haar een zucht van verlichting. “Indonesië is het land van het onverwachte, de gastvrijheid en de schittering in mijn vaders ogen”, schetst ze. Daarnaast koestert ze Nederland om “het genot van de seizoenen, de wind door je haren op de fiets, maar vooral ook op tijd zijn.” Voor Ranoe is die meervoudigheid een vorm van levenskunst: “Ik ben vóór het collectief en ook dat ik anoniem door mijn stad Utrecht kan lopen. Ik woon niet in het Tussenland, ik bén het Tussenland.”
Fluisterharde zoektocht in muziek
Van het gevonden gevoel van Heimat in het Tussenland van Ranoe, bewegen we met Coumans’ muziek mee in haar zoektocht naar een zogenoemde tussenruimte. De voorstelling Fluisterhard is die avond de muzikale première van haar reis. Coumans, ook bekend van het glamelectroduo Pocket Knife Army en haar solo-alias Goldchild, twijfelde onder welke vlag ze dit werk moest presenteren. Uiteindelijk besloot ze het onder haar eigen naam uit te brengen: het is immers haar persoonlijke verhaal.
Wat volgt is een verhalende reis: links op het podium staat haar band en rechts hangen witte doeken voor een schaduwspel. Coumans maakt haar entree vanachter het doek en neemt gehurkt plaats achter een van de Indonesische gamelaninstrumenten. Binnen haar verkenning laat ze haar popachtergrond naast de gamelan bestaan. Haar warme stemgeluid mengt zich met de bronzen slaginstrumenten met rijkversierde frames. Samen klinkt het bijna als een orkest dat door het klooster galmt. De band speelt op blote voeten, want volgens de culturele gebruiken stap je niet over de instrumenten heen.
“Ik zie geen wal, ik zie geen schip en niets daar tussenin,” zo zingt Coumans het publiek toe. Het verhaal ontvouwt zich als een sprookjesachtig verhaal over een meisje dat iemand zoekt die op haar lijkt. Tussen de nummers door leest ze voor uit haar dagboek waarmee ze tijdens haar zoektocht haar gedachten ordent. Achter de doeken verschijnt een poppenspel met schimmen van krokodillen en schelpen die konijnenoren worden. Het geeft vorm aan haar bevindingen over het land van haar vader dat “niet meer bestaat, behalve in verhalen.” Fluisterhard blijkt een intiem inkijkje in een zoektocht die nog volop in flux is: “Ik ben niet ik, ik zijn wij.”
Kunst voor het tussenin
In het nagesprek stappen we samen met Ranoe en Coumans in de ruimte tussen hun werken. In het atelier van Ranoe spraken we elkaar eerder die week al over hun gedeelde rol als “levenskunstenaars”. Voor Ranoe is haar Tussenland een plek die ze deels zelf creëert: “Ik voel me thuis op een plek die op een bepaalde manier geen plek is. Ik ben niet alleen dubbelbloed: ik ben ook kunstenaar, dochter en zus.”
Waar Ranoe zich gegrond voelt in die meervoudigheid, is de zoektocht van Coumans nog volop in beweging. De gamelan leerde haar over gezamenlijkheid: “Die instrumenten bespeel je nooit alleen. Het is een gezamenlijke effort waarbij je de lasten en lusten samendraagt.” Ranoe vult aan dat kunst voor hen allebei een middel is om dichter bij gevoel te komen en ook dichter bij anderen. Terwijl de bezoekers zich richting huis bewegen, geeft Ranoe hun een vraag mee: “Ik hoop dat mensen ook bij zichzelf te rade gaan: wat is mijn eigen thuis?”
Daisy Ranoe’s expositie Tussenland is tot en met 21 juni 2026 te zien als onderdeel van de expositiereeks rond het jaarthema Heimat in de zijbeuken van het Stadsklooster Utrecht.