Creatieve broedplaatsen onder druk, nieuw convenant moet het tij keren

Ondanks hoge ambities blijft het lastig om extra ruimte te vinden

Hof van Cartesius
  • Gyano Zijderveld

Op 17 maart sloten de gemeente Utrecht en het broedplaatsennetwerk een nieuw convenant over creatieve broedplaatsen. Vijf jaar na de eerste afspraken blijkt dat er stappen zijn gezet, maar ook dat het lastiger is om betaalbare werkruimte te vinden dan gedacht.

Creatieve broedplaatsen zijn plekken waar kunstenaars en makers werken, experimenteren en elkaar ontmoeten. Denk aan ateliers, muziekstudio’s en werkplaatsen – vaak op plekken waar de stad nog niet ‘af’ is. Locaties zoals Vechtclub XL, De Nijverheid en Het Hof van Cartesius zijn bekende voorbeelden in Utrecht.

Deze locaties functioneren vaak als een kweekvijver voor talent en innovatie: voor veel makers zijn het de plekken waar ze beginnen. Ze vinden hier betaalbare werkruimtes om te groeien, samen te werken en nieuwe projecten te realiseren. Tegelijkertijd brengen broedplaatsen leven in buurten waar mensen anders minder snel naartoe zouden komen.

Grote ambities

In 2021 maakten de gemeente Utrecht en het broedplaatsennetwerk al afspraken om betaalbare werkruimtes voor makers te behouden en uit te breiden. Daarbij werd vastgesteld dat de ruimte in de stad steeds schaarster wordt, waardoor betaalbare werkplekken onder druk staan. De ambitie: 80.000 vierkante meter extra aan creatieve werkruimte in 2040.

Sindsdien zijn er stappen gezet. Broedplaatsen hebben een duidelijkere plek gekregen in het gemeentelijk beleid en worden vaker meegenomen in nieuwbouwplannen, waardoor er niet pas achteraf ruimte hoeft te worden gezocht. Ook stelt de gemeente vaker eigen vastgoed beschikbaar. Zo werden afgelopen juli de forten Lunet I, II en III opengesteld voor broedplaatsen, goed voor ruim 12.000 vierkante meter.

Uitdagingen

Toch blijven de problemen groot. Terwijl de vraag naar creatieve werkruimte groeit, neemt het aanbod juist af. Sinds 2022 is zelfs 7.000 meter aan creatieve ruimte verdwenen. Door de groei van de stad wordt de grond duurder en wordt het steeds lastiger om werkruimtes betaalbaar te houden. Daarnaast zijn veel broedplaatsen tijdelijk van aard, waardoor initiatiefnemers voortdurend op zoek moeten naar nieuwe locaties.

Ook blijkt het lastig om nieuwe broedplaatsen op te zetten. Veel initiatieven moeten meedingen via tenders: ingewikkelde procedures waarin plannen worden beoordeeld en geselecteerd. Die trajecten zijn complex, tijdrovend en moeilijk toegankelijk, vooral voor kleinere of nieuwe partijen zonder netwerk of ervaring.

Nieuwe afspraken

Het nieuwe convenant moet die problemen aanpakken. De nadruk ligt daarbij op betaalbaarheid. De gemeente erkent dat de goedkoopste werkruimtes vrijwel verdwenen zijn en wil daarom actiever sturen op prijs. Dat gebeurt onder andere door gemeentelijk vastgoed beschikbaar te stellen en te experimenteren met zelfbeheer, waarbij makers (deels) hun eigen werkplek beheren om kosten te drukken.

Ook de tenderprocedures gaan op de schop. Die moeten uniformer en voorspelbaarder worden, met duidelijke voorwaarden en betere communicatie. Voor startende initiatieven komt meer ondersteuning, bijvoorbeeld via een buddysysteem. Daarnaast wil de gemeente vergunningsprocedures vereenvoudigen, zodat het makkelijker wordt om nieuwe broedplaatsen op te zetten. Het nieuwe convenant moet zorgen dat plannen eindelijk werkelijkheid worden stellen het Broedplaatsennetwerk en de gemeente Utrecht: ’van ambitie naar actie en van intentie naar uitvoering’.