Club Smederij voor twee jaar op slot: een gat dat valt in de Tilburgse nachtcultuur
Een vergunning voor de komende 20 jaar, maar komt de oude charme terug?
Sinds september 2025 is het stil in de Tilburgse Spoorzone. Waar normaal gesproken tot diep in de nacht bassen door de muren dreunen en lichamen zich verliezen op de dansvloer, staat nu een bouwhek. Club Smederij, voor velen hét kloppend hart van de Tilburgse nachtcultuur, is voorlopig gesloten. In september 2027 gaan de deuren weer open, dat is een belofte. Maar voor nu is het nog even wachten geblazen. Wat verdwijnt er precies nu de Smederij er even niet is? En wat komt ervoor terug? We blikken terug en vooruit met directeur Erwin Schellekens en oud-medewerker Kees Sanders.
Een plek die er moest komen
Er zijn van die ideeën die zich meteen vastzetten. Voor Schellekens begon het rond 2010 in een lege machinekamer in de Spoorzone. “Ik liep daar rond en wist: dit moet een club worden.” In een gebied dat toen nog grotendeels braak lag, zag hij juist mogelijkheden. Samen met Jan Drissen begon het als een klein concept: “We stonden daar met een laptop, geen verwarming, geen internet. We wilden gewoon reuring brengen.” In het begin was er soms maar één clubnacht per maand. Maar langzaam groeide het.
Wat de Smederij vanaf het begin onderscheidde, was de ruimte voor experiment. Ideeën hoefden niet af te zijn, als ze maar interessant waren. “Mensen kwamen binnen met een plan en wij zeiden: laten we het proberen.” Sommige avonden flopten, andere groeiden uit tot vaste waarden. Daisy Festival en Vroeg Pieken zijn bijvoorbeeld aan Club Smederij te danken. Die mentaliteit; proberen, vallen en doorgaan, werd het fundament van de club.
Meer dan een avond uit
Voor veel bezoekers was de Smederij niet zomaar een plek om te stappen. Het was een plek om iets te ontdekken. Misschien nieuwe muziek, misschien nieuwe mensen, misschien iets van jezelf. Kees Sanders zag dat in zijn tijd als hoofd marketing en communicatie van dichtbij. “Uitgaan en nachtcultuur zijn twee verschillende dingen,” legt hij uit. “Uitgaan is gezelligheid. Nachtcultuur gaat over experimenteren, grenzen opzoeken, jezelf leren kennen. ”Juist dat maakt het gemis nu zo voelbaar. “Er is echt een gat ontstaan,” zegt hij. “Je kunt nog steeds de stad in, maar die echte club ervaring, die is er niet.”
Ook Schellekens ziet dat. “Als ik nu jong zou zijn, zou ik niet weten waar ik naartoe moet voor een club beleving." Waar Tilburg ooit meerdere clubs had, lijkt het aanbod op dat vlak nu dunner dan ooit.
Dansen tegen de klok in
Dat de Smederij altijd net even anders dacht, was misschien wel het duidelijkst tijdens corona. Toen regels elkaar in rap tempo opvolgden, werd er continu geschakeld. Sanders herinnert zich een clubnacht die eigenlijk niet door kon gaan. Dus werd het anders aangepakt. “We hebben van één tot zes ’s middags staan clubben. Deuren dicht, lichten uit en gaan.” Ook Schellekens denkt terug aan die tijd. Aan avonden die net nog wel mochten. “Dat waren euforische momenten. Mensen wisten: dit is misschien de laatste keer voorlopig.” Het zijn precies dat soort herinneringen die de club kleur geven. Niet alleen de grote namen of volle zalen, maar juist die momenten waarop alles samenvalt.
Alles kan, maar niet alles lukt
Die vrijheid om te experimenteren bracht risico’s met zich mee. En die werden niet geschuwd. “Soms stonden er maar tien man binnen,” zegt Schellekens. “Dat hoort erbij.” Maar juist daardoor ontstond er ruimte voor nieuwe makers. Voor organisatoren die ergens anders niet terecht konden. Voor dj’s die wilden groeien. “Dat podium is essentieel,” zegt Sanders. “Zonder dat blijven ideeën klein.”
Een groter experiment dat ze aangingen, wilde helaas niet werken. Tijdens de verbouwing werd geprobeerd om met Club Demo iets op te zetten in de binnenstad. Als vervangende club voor De Smederij. Maar dat sloeg niet aan. “Een club is meer dan een ruimte,” zegt Schellekens. “Het is een gevoel.” Dat bleek moeilijk te verplaatsen. Na een korte tijd moest Club Demo de deuren weer sluiten. “Dat zo’n plan dan niet aanslaat is heel zuur. Onze mensen hebben er heel hard voor gewerkt om Demo te laten lukken. Maar helaas horen dit soort dingen ook bij het experimenteren.”
De club die terug moet komen
Op de bouwplaats wordt ondertussen hard gewerkt aan de terugkeer van dat gevoel. De verbouwing is ingrijpend, maar moet vooral verbeteren wat er al was. “Het wordt helemaal van de grond opnieuw opgebouwd,” vertelt Schellekens. “De muren blijven staan, maar alles daaromheen wordt beter. Er komt een nieuwe entree, een kelder met lockers en drie zalen, waarvan twee speciaal geïsoleerd voor optimaal geluid.” Ook praktische dingen worden aangepakt: “Het klimaat wordt beter. Het was vaak echt te warm binnen. Dan dropen soms de zweetdruppels van het plafond”, zegt Schellekens.
Misschien nog veel belangrijker: de uitstraling blijft: “Ik heb echt gevochten om ‘de kraan en de haak’ erin te houden,” zegt hij. “Dat industriële gevoel moet je niet kwijtraken. Dat is de Smederij.”
Een stad zonder nacht
De tijdelijke sluiting legt iets bloot wat al langer speelt. De nachtcultuur in Tilburg staat onder druk. Volgens Sanders is dat niet alleen een gemis voor feestgangers, maar voor de stad zelf. “De nacht bindt mensen aan een stad. Zeker jonge mensen. Als die hier niets vinden, gaan ze ergens anders heen.”
Schellekens ziet daarin ook een rol voor beleid. “De gemeente neemt poppodia en theaters serieus. Maar clubcultuur hoort daar net zo goed bij. Daar lijkt niet altijd de prioriteit te liggen.”
Over het gemis van de club wat er nu is, hoeven we ons de komende jaren geen zorgen meer te maken blijkt: “We hebben officieel een vergunning gekregen voor Club Smederij voor de komende twintig jaar. Dus van ons komen jullie nog niet af!” aldus Schellekens.
Wachten op september 2027
Tot die tijd is het vooral een kwestie van geduld. Hoe moeilijk dat ook is. Achter de schermen wordt nagedacht over hoe de club straks terugkomt. Er wordt onderzoek gedaan en er worden gesprekken gevoerd met andere steden en clubs. Alles om dat gevoel opnieuw op te laden. En als het zover is? Dan moet heel Tilburg het merken. “Ik heb nog geen idee hoe,” zegt Schellekens, “maar we gaan wel echt iets bijzonders doen.”
Tot die tijd blijft vooral één ding hangen: het gat dat Club Smederij achterlaat en de behoefte om je weer eventjes te verliezen op de dansvloer van die club in de machinekamer in de Spoorzone.
Erwin Schellekens en Kees Sanders
Erwin Schellekens
Directeur Club Smederij
Kees Sanders
Voormalig hoofd marketing en communicatie Club Smederij