De Castlefest-kronieken IV: Sjamanen en dansers

Serene en spirituele plotwendingen

Foto vanuit het publiek van Nytt Land
  • Bas Kleijweg

Een redacteur met een queeste. Een uitverkocht sprookjesfeest. De terugkeer van een bekend gezicht. Middeleeuwse muziek met een politiek randje. Reuzen die tussen de protagonist en het zicht op het wickerritueel staan. Luidruchtige boerenkinkels. De bedriegelijke verleiding van mede. Dit alles kwam samen in alweer het vierde deel van 3voor12 Leidens Castlefest-kronieken. Wat zag onze antiheld op zijn reis, en is hij überhaupt veilig thuisgekomen?

Itinera

De band Itinera
© Desiré Rozema

Hongaarse hoogstandjes

Veel bands grijpen terug naar historische volksliederen vandaag, waaronder dark folk duo Itinera, die staat bij de Village Stage. Ze doen je niet vergeten dat ze Hongaars zijn. Zangeres Annett gebruikt een sjamanistische drum niet alleen als trom, maar ook om met de poke overheen te wrijven voor een zacht gonzend geluid, en zanger Ádám mikt er kluitige drumsamples onder. De ceremoniële stemmen scoren extra punten wanneer ze vervallen in grunten, en met een looperstation in de mix klinkt het gegrom als er een roedel op het podium staat. Zware materie van een soldatenlied wordt lichter gemaakt als er aan de achterkant van het publiek een polonaise van kaboutermutsen voorbij komt. De elektronica is niet alleen maar duisternis wanneer er tussendoor een rave beat opduikt.

De visuals op de achtergrond lopen de seizoenen door, iets wat de act verbindt aan de fases van het menselijk leven. In de tweede helft van de set gaan we terug naar de jeugd van de zangeres, die een stukje volksmuziek laat horen dat bedoeld is om je aan het dansen te krijgen. Met haar kaval als leidmotief is het klappen en springen geblazen. De set is alweer veel te snel afgelopen, maar na afloop mag eenieder die het optreden leuk vond een lieve boodschap achterlaten op de linten waarmee de band hun uitrusting heeft versierd.

We lopen door naar de volgende locatie, maar niet voordat we even kijken bij de kooi, een kayfabe in cosplay die vorig jaar zo’n succes was. Een bloeddorstige versie van Pinokkio neemt het op tegen Harley Quinn, aan elkaar gepraat door melige hosts. Er is bijna niet door de massa heen te komen, dus we gaan snel door.

Uttern

De band Uttern
© Orkfotografie

Heilige historie

De mystiek is een blijvertje met Uttern, een vrouwelijk collectief dat op de Forest Stage taalkundig toverkunst op muziek zet. De liederen die ze zingen zijn bijvoorbeeld in het Etruskisch, een taal wiens volk zelfs van voor de Romeinen dateert. Naast gitaar, drums en viool is er ook een soort strijkharp in het spel, en een extra ritmesectie inclusief een gong van gespannen huid. Gespannen zijn de nummers zelf juist niet, met een egaal op elkaar ingespeeld instrumentarium dat beroering en vervoering in balans brengt.

Men verkiest de schaduw tijdens een Duits deuntje met doedelzak, waardoor de ene helft van het veld veel leger blijft. Griekse kralen komen tevoorschijn bij het volgende Oud-Griekse nummer over cyclische vernieuwing, en hier weten ze ook de bakkende helft mee vol te krijgen. Ze hebben niet alleen maar aangepaste overleveringen in hun repertoire, en het originele werk is aanleiding voor onstuimig geklap. Sommige bezoekers wagen een dansje in rinkelende kostuum die bijna maat houden met de band. Bij de track ‘Blessed Be’ zetten gitaar en doedelzak verrassend krachtig in en vinden de luisteraars zegening in beweging.

In een stroomversnelling passeren tracks met haast jodelende zangkunsten en een Sardinische song in trager tempo waarbij je tricorns kan tellen in de mensenmenigte (mag je mede over elkaar gooien als je dezelfde outfit hebt?). Koppels twirlen op een jachtig lied over Diana (ironisch genoeg niet alleen de godin van de jacht maar ook de kuisheid). Bij een nummer gewijd aan de kracht van water krijgen we de belangrijke boodschap genoeg te blijven drinken. De afsluiter is een folkstandard waarbij de dames één voor één invallen, met danskans wanneer de fluit aansluit. Lekker gevarieerd, en de meest activerende van de plechtigere bands deze datum.

Jane Døe

Zangeres van Jane Døe
© Marjolein Regterschot

Geen dooie boel

Een Jane Doe is de Engelse benaming voor een vrouwelijk lijk dat nog niet geïdentificeerd is, maar de bleek geschminkte zangeres van Jane Døe ziet er nog behoorlijk vitaal uit. Tussen allerlei minder gangbare talen vandaag is deze act voor de afwisseling recht voor z’n raap. Gitaar, bas, drum en toetsen oogt weinig exotisch, maar al vanaf het eerste nummer zijn er ambient bruggetjes die vanaf de Meadow Stage schallen. Luisteraars hangen op hooibalen en de enthousiaste dame met de fansign is de enige die losgaat op een potje goth rock met piano. De duistere pop inslag die daar volgt trekt meer lieden van hun gat. De knipperlichtshow is ietsje teveel van het goede, maar is gelukkig snel voorbij. De zangeres klinkt in ieder geval nog steeds zuiver als ze de lagen stemfilters omlaag schroeft.

Stripped gaat soepel, maar wanneer de duisternis wordt afgewisseld met een potje euforische rock vlakt het allemaal wat af. ‘Big Bam Boum’ herstelt het geheel met gewilde trilstem en snaarinstrumenten die onderscheidende laagjes aanleveren. De band is Belgisch, dus het verbaast niet als er Frans lied met zachtere zang in tedere tongval de setlijst in sluipt. Op sommige momenten mag de formatie zich best met Nightwish vergelijken. Ze hebben een album in IJsland, dus het optreden eindigt in een reeks verwijzingen naar hun mythologie en liederen, alhoewel het IJslandse slaapliedje wel heel erg rockt voor iets dat zou moeten sussen. Misschien is het de bedoeling dat het publiek zoveel danst en headbangt dat ze instorten van vermoeidheid. De toeschouwers doen inmiddels flink hun best.

Een rondgang voor we doorgaan naar de volgende act laat weer zien dat je wederom je kooplust kwijt kan in tal van kraampjes met fantasy artikelen, waaronder een grote boekenkraam met wederom novelles van Nederlandse makelij. Ook is er weer een bodypaint tent waar de modellen oefenen in stilzitten, en een grote spelparadijs waar je voor je het weet al je tijd kwijt bent aan een heerlijk ingewikkeld bord- of kaartspel. Het is slalommen om een prachtige parade van figuren in vurige kledij heen, terwijl we ons naar de Forest Stage begeven. De verschillende performers fungeren als levende decoratie voor de renfair.

Celtica

Foto vanuit het publiek van Celtica
© Desiré Rozema

Naar de pijpen dansen

Celtica heeft als ondertitel Pipes Rock!, en die beschrijving is niet voor Jan Doedel. De Forest Stage staat garant voor spektakel, en we beginnen meteen goed met oorlogstroms die met fakkels bespeelt worden. De band houdt van spelen met vuur, maar zet ook metaforisch de fik erin door te openen met een symfonische strijdlied. De fleurig zeurende doedelzak staat natuurlijk centraal, en de fans moeten vuistpompen of verzuipen. De voorste rang krijgt bij vlagen een zweetdouche van de muzikanten, maar het is vrolijk volk dat losgaat op vrolijke folk, dus ze zitten zelf al in sauna modus. Nepwapens worden de lucht in geheven en een drone maakt panorama shots van het optreden, een grappig contrast tussen oude en moderne strijdmiddelen.

Deze Keltische versie van stadionrock kan natuurlijk niet zonder een paar meezingers, en de cover van ‘Over The Hills And Far Away’ zal waarschijnlijk vele schorre kelen scheppen. Er is ook nog een felicitatie en een “fuck dictators” (ze hebben het niet zo op de leider van het land) opgedragen aan de Wit-Russische band Irdorath, die we twee jaar terug mochten verslaan, en nu een kind hebben gekregen. De violiste krijgt daarna even de kans om instrumentaal los te gaan, en haar strijkspel wordt als uitnodiging gezien om hossende cirkeldans te starten. Een nummer over een zeldzaam metaal? Dan doet het publiek dansbeweging alsof ze een hamerende smid zijn.

Er zijn ook dansende toeschouwers op blote voeten die inmiddels een laag aarde aan hun zool hebben. De stofwolken die soms bij het festival opwaaien vallen gelukkig mee dit keer. Hilarisch is dat het liefdeslied ‘Stay Forever’ de backup bandleden die de grote troms bespeelden weer tevoorschijn haalt met trom en tamboerijn, en het geheel alsnog aan ABBA doet denken. Voetsoldaten in harnas doen een cancan. Na een vuurdans intermezzo waarbij er een box geblust moet worden gaan de pijpen nu over een piratenkapitein met zo’n geweld dat het grenst aan metal. We gaan van piratenverhalen naar scifi met een nummer dat dient als welkomstboodschap voor buitenaardse wezens (hier hoeven ze zich immers niet te vermommen). De gitaar en viool spelen om en om, een muzikale dialoog die doet denken aan de film Close Encounters Of The Third Kind. We eindigen in een afscheidsnummer met retegave drumsolo en zang die schreeuwtherapie lijkt. En nu even het shirt uitwringen.

Sfeerfoto's

Jonathan Hultén

Jonathan Hultén bij Castlefest
© Maarten De Boer

De perfecte +1

Zodra de opvallende verschijning van Jonathan Hultén het podium betreedt gaat er een belletje branden. We zagen hem drie jaar terug ook op Castlefest 2023, en vandaag is hij invaller voor een uitgevallen muzikant. Zijn kostuum is indrukwekkend, z’n eigen label dream grunge dekt de lading, maar is het dynamisch genoeg om twee keer over te schrijven? De opener laat geen evolutie in stijl zien, met wederom minieme noten en een sussende, hummende zang. De tweede track lijkt een aantal steel drum samples te introduceren, wat zomaar zou kunnen met wijdverbreide invloeden van de artiest. De teksten spreken tot de verbeelding, het gedeesde strummen geeft lichte duwtjes om het klankcanvas in te kleuren. En dan komt uit het niets op een folknummer met fluitsamples de danseres op het podium.

Ze is een compleet contrast: in het wit, stil en begeeft zich over het podium met tollende passen die haar fraaie kostuum doen opwaaien. Dit tegenover de in het zwart gehulde Jonathan die kaarsrecht door galmende stemfilters zingt. Het publiek is muisstil (op de verkoper van schoorsteenbrood na, die bestellingen omroept). Voor sommige tracks laat de artiest de gitaar links liggen, en doet het alleen op stemkracht terwijl de danseres met balletpassen ronddartelt. Hij heeft inmiddels ook actievere tracks in z’n repertoire, zoals het passionele ‘Riverflame’, een pluk-de-dag pareltje. De zangeres wisselt tussendoor van kostuum, en komt gesluierd terug. Synths die orgels of onweer nabootsen begeleiden woordeloze liederen of meditatieve lyrics die grenzen aan mantra’s. Bezoekers gaan er bij zitten. Voor de finale zet Jonathan een zwaardere stem in en hult de danseres zich nu ook in het zwart. Meer interne variatie, scherpere halen op de gitaar, en expressieve dansbewegingen die eindigen in neerstrijken op de vloer doen je ontwaken aan Jonathan’s dromenland. Al met al is de compaan van de muzikant de perfecte +1 om de act fris te houden.

Wickerritueel

Als je niet op tijd bent bij het wickerritueel dan is het op je tenen staan om voorbij de reuzen te kijken. De tekst waarin de elementen worden aangeroepen is bekend, maar er hangt nu een meer serieuze sfeer over de menigte (behalve dan iedereen die in de kisscam verschijnt). Misschien is het de voorgaande programmering die iets meer plechtig dan party was in vergelijking met andere edities van het festival, of gewoon de turbulente tijden. De wens voor een omslag valt te horen in de flarden van verschillende gesprekken. Diepe en toch kwetsbare harp, viool en trom begeleiden de vuurstoet. Frases over terugkeren naar de bron, en een dageraad die duisternis verjaagd. De sculptuur vat vlam, en er zijn weer betraande gezichten, innige omhelzingen en liefdevolle zoenen. Een koppel naast me kondigt de komst van een baby aan aan hun vrienden. Iedereen hier heeft wel een wens waar ze nu met hernieuwde hoop naar kijken.

Nytt Land

Tromster van Nytt Land
© Orkfotografie

Sjamanie

Na het wickerritueel gaan we van vuur naar ijs met het Siberische sjamanisme van Nytt Land. Het duo start in de schemering, een echtpaar in schedelmasker en masker van stofrepen. Zij slaat op een sjamanistische trom, hij bespeelt de talharpa met verve. Achter hen is een constante beeldenstroom van totemdieren, occulte symbolen en natuurpatronen op het scherm geprojecteerd. Het ziet er zweverig uit, maar dat is juist niet de bedoeling: dit is een etnologisch verantwoorde act, die het huiswerk gedaan heeft om de oude teksten van ceremonies en rituelen van Siberische stammen zou authentiek mogelijk te reconstrueren. Ze geven geen context of uitleg, maar rijgen de chants en spreuken aan elkaar.

Helaas gaat dit er niet bij iedereen even goed in, en een paar bezoekers die toepasselijk als boerenkinkels gekleed zijn babbelen er schamper doorheen. Pure luistermuziek waar je in op moet gaan vol schrapende keelzang en gestage ritmes is niet dansbaar, alhoewel sommige toeschouwers wel een poging doen. Het wordt weliswaar iets krachtiger naarmate de set vordert, maar het hypnotiserende geheel blijft iets waar je hoogstens bij mee kan klappen. De vrouwelijke helft voegt een oude fluit toe die hees en toch helend is, en de man bespeelt zijn talharpa alternatief plukkend en strijkend, maar de opzwepende climax gaat al snel over in een buiging en bedankje. Erg goed erfgoed, maar een klein praatje zou het publiek op weg hebben geholpen.

Gâte

De zangeres van Gâte
© Maarten De Boer

Portaal naar een andere wereld

Met een eigen ijzeren ros in de stalling is het eindelijk mogelijk om niet te panisch te hoeven zijn voor de laatste pendelbus. Gâte bij de Forest Stage maken we mee tot het laatste nummer, zo lang mogelijk hangend in de andere wereld die de renfair schept. De bombastische band heeft zichzelf opnieuw uitgevonden in een meer serene, akoestische incarnatie. De instrumenten zijn teruggebracht tot pomporgel, gitaar, viool en percussie en de zangeres krijgt met nog meer nadruk op haar stem alle ogen op zich. De toeschouwers zijn in het licht van de stage silhouetten voor elkaar. Sommigen strijken neer op het gras, want zo’n type concert is het wel. De zang begint haast hijgerig, en gaat dan over op die typische ijselijke toon van Scandinavische folkbands. Ze lijkt soms meer te strijden met de rest van de bandleden dan samen te werken, en dat heen en weer veroorzaakt een lekkere wrijving die het geheel wat pittiger maakt.

De vierde track is weliswaar geworteld in Noorse sagen, maar wordt uitgevoerd als een nummer voor in een Bond film. Nummer zes op de setlist vertolkt het vrijheidsgevoel in de ongerepte natuur, gespeeld in kreten en klanken alsof het van bergwanden weerkaatst. De frontvrouwe kan frequenties halen die glas zouden moeten doen spatten, dus het is maar goed dat de bekers op het festival van stevigere aard zijn. Ook hebben ze een primeurtje van hun album dat in september zal verschijnen, over moederschap en het doorgeven van tradities op het kroost. Het romantische vioolspel doet de stelletjes tegen elkaar aan leunen. Het pruttelt een beetje weg vanaf dat hoogtepunt, alhoewel het slaapliedje met alleen gitaarbegeleiding je hart doet smelten. De trappende terugtocht verloopt in trance. De nadruk op meer expliciet heidense historie in de bands is een interessante plotwending en even wennen. Toeval of terugkeer naar de basis van het festival, het is hoe dan ook volledig uitverkocht geraakt op alle dagen.