Achter zijn synthesizer kan Henk Bok nog groter leven
Met het genre cancercore geeft Henk Bok zijn ziekte een eigen bijzondere vorm in muziek
Toen Henk Bok plotseling blind werd, veranderde zijn hele leven in een paar dagen tijd. Door een zeldzame en agressieve tumor in zijn hersenstam verloor hij binnen korte tijd volledig zijn zicht. Artsen wisten niet hoe ze de atypische tumor moesten behandelen, terwijl zijn toestand steeds verder achteruitging. Muziek bleef uiteindelijk over als iets waar hij zijn hart in kon steken. Vanuit zijn kamer bouwde Bok een compleet eigen wereld vol humor en kwetsbaarheid. In mei dit jaar verscheen zijn debuutalbum HENK, waarop deze wereld volledig samenkomt. In een gesprek neemt Henk ons mee in zijn eigen genre en inspiratie.
Toen je blind werd zei je tegen je vader dat het ‘dan maar muziek wordt’. Waar kwam de muziek zo snel vandaan?
“Muziek was al voor mij begonnen toen ik dertien of veertien was, op de middelbare school. Toen was er online op YouTube een hele community van mensen die met Call Of Duty muziekvideo’s maakten. Dan nam je een muziekje dat je had gevonden op SoundCloud, en daar monteerde je beelden overheen die je in het spel had opgenomen. Ik heb altijd van muziek gehouden, ik combineerde het de hele tijd met beelden. Op een gegeven moment ben ik 3D gaan doen, ik wilde mijn eigen beelden maken. Toen dacht ik ook: ‘nu wil ik ook mijn eigen muziek maken voor mijn video’s’. Dat punt heb ik uiteindelijk nooit bereikt, want toen werd ik blind.”
“Muziek is voor mij altijd heel belangrijk geweest. Ook wanneer je je zicht verliest, blijft muziek over als iets wat je kan doen. Ik vind het heel fijn dat ik nu, ondanks dat ik doodga op een gegeven moment, in de niet-verre toekomst, de hele dag muziek kan maken.”
Is de passie voor muziek dan sterker geworden nadat je blind bent geworden?
“Absoluut. Maar ook de passie voor het beeldende is niet per se zwakker geworden. Dat hing eigenlijk altijd al samen. Ik vind het heel belangrijk dat een nummer een reden heeft om te bestaan. Dat er een reden is waarom geluiden of verhalen erin zitten.”
Hoe begin je met het maken van een nummer?
“Ik denk dat dat over het algemeen niet anders is dan hoe de meeste mensen het doen. Ik speel een klein riedeltje en daar neem ik dan een paar takes van op. Dan hoor ik een ander leuk ding dat ik daar misschien mee kan doen. Nu mijn album af is, ben ik weer nieuwe muziek aan het maken. Ik probeer eigenlijk van zoveel mogelijk verschillende kanten te beginnen met dingen.”
“Ik ben daar ook nog heel erg in aan het leren. Uit alles wat ik opneem, drijven de dingen die ik het meest interessant vind als het ware naar boven. Die probeer ik vervolgens verder te ontwikkelen totdat het voelt alsof ze hun punt maken.”
En als je blind bent, hoe gaat dat voor jou? Het is namelijk niet alsof je de sporen kan zien.
“Ik heb een keer meegedaan aan zanglessen en iedereen kreeg een blaadje met een nummer. Dus elke les heb ik de nummertjes van tevoren helemaal uit mijn hoofd geleerd, want ik kan geen bladmuziek zien. Ik moet heel georganiseerd zijn in hoe ik mijn projecten orden. Je zou zomaar een track in je software kunnen zetten die nog geen naam heeft. En dan heb je op een gegeven moment een heleboel verschillende titelloze tracks en wordt het gewoon een warboel.”
“Iemand die kan zien heeft meer overzicht. Ik moet heel gestructureerd werken, anders raak ik de weg kwijt. Dat kost veel energie. Als je steeds aan het worstelen bent met het programma, dan word je ook gefrustreerd. Het is gewoon echt moeilijk. Ik luister veel naar mijn eigen nummers, zodat ik weet hoe ze in elkaar zitten.”
Zijn er ook dingen die je zelf opnieuw had moeten leren nadat je blind bent geworden?
“Het heeft wel een tijdje geduurd. Sommige mensen zeggen: ‘Wauw Henk, je hebt het zo snel geleerd allemaal.’ Dat klopt ook wel, maar ik heb mijn hele leven achter de computer zitten neuzelen. Soms moet ik hulp vragen aan mijn moeder. Maar dan probeer ik haar te helpen, en dan lukt het haar niet. Zo’n levenslange nerd zijn als ik betekent dat je gewoon blijft doorgaan. Gewoon blijven inademen en uitademen.”
“Dat is hetzelfde met blind aan muziek werken. Het duurt allemaal langer en je moet goed weten wat je doet. Het gaat wat trager. Je bent de hele tijd aan het leren. Je probeert muziek te maken en dan krijg je ineens dingen die fout gaan. Dan ben je daar een dag mee bezig. En dan heb je weer een volgend probleem. Dat blijft doorgaan, totdat je alle nuttige tools hebt gevonden.”
Je noemt het genre ‘cancercore’ of ‘henkstyle’. Wat houdt dat precies in?
“Sinds ik kanker heb gekregen heb ik een karakter opgebouwd dat ik leuk vind om te spelen. Je zou het HENK kunnen noemen, in hoofdletters.”
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'bandcamp'-embed.
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.
Dat is ook een manier voor mij om te gaan met die rare situatie. Dat mensen zeggen hoe inspirerend je bent, voor mij voelt dat vaak gewoon alsof ik leef. Ik ben best wel blij, maar mensen begrijpen dat niet altijd. Die denken dan: ‘hoe zou het zijn als ik kanker had, of als mijn oma kanker had?’ Dan gaan mensen met veel sympathie met je om. Het allemaal een beetje grandioos maken, geeft mij ruimte om te zeggen dat ik gewoon chill kan zijn.”
“Hoe ik zelf naar muziek luister is dat het allemaal heel kleurrijk is, of in ieder geval vol energie. Dat haalt mensen weg van het idee dat ze mij constant inspirerend moeten vinden. De naam cancercore, die heb ik zelf de wereld ingegooid. En ik vind het zelf een beetje krankzinnig om dat zo te noemen binnen muziek.”
Wat voor artiesten hebben veel voor jou betekend?
“Ik heb natuurlijk mijn hele leven naar muziek geluisterd om mijn stemmingen een beetje te reguleren. Veel ambient muziek. De groep die voor mij het meeste heeft betekend, is Stars of the Lid. Zij maken al meer dan twintig jaar muziek en hebben een aantal prachtige ambientalbums gemaakt. Wat ik destijds uit hun muziek haalde, was een enorme gevoeligheid. En ook een waardering voor hoeveel schoonheid er in muziek kan zitten.”
“Een ander duo dat veel voor mij betekent is Lemon Jelly. Dat is ook uit de jaren rond 2000. Zij maakten juist blije en rustige muziek. Mijn muziek is misschien een beetje alsof Vengaboys volwassen zijn geworden. Alsof ‘Boom, Boom, Boom, Boom!!’ opeens een echte baan heeft en de huur moet betalen. Mijn eigen heftige ervaringen plaatsen in iets kinderachtigs vind ik heel grappig.”
Wat inspireert je om überhaupt muziek te maken, los van de inhoud?
“Mezelf, natuurlijk! Dat is het Henkige antwoord. Maar een heleboel verschillende dingen. Zelfs al zit ik hier in mijn kamer en kan ik eigenlijk niet zomaar de deur uitlopen. Ik ben een klein beetje invalide, dus het maakt het een beetje te gevaarlijk om zelf te lopen met de blindenstok. Ik ben dus zit wel een beetje gebonden aan mijn kamer.
Door muziek kan ik groter leven dan puur in deze ruimte zitten. Door het grandioze HENK-karakter te spelen achter mijn synthesizer, kan ik een beetje groter leven dan met de limieten die er zijn – dingen die ik niet meer zou kunnen, qua lang leven – en zo het meeste uit mezelf halen.”
“Tegelijkertijd heeft het realiseren daarvan misschien ook een duister kantje nu. Ik heb een half jaar chemokuur achter de rug. Toen kon ik vaak geen muziek maken en ik merkte dat dat voor mij best wel eng was, want dat is echt waar mijn hele leven nu om draait. Het is een verlossing van mijn lot, maar ik ben er ook aan geketend.”
“Als ik het punt waarop ik niet meer muziek kan maken heb bereikt, dan weet ik ook niet of er nog veel voor mij te doen is. Maar het is ook iets waar ik respect voor moet hebben, omdat ik weet dat het uiteindelijk mijn nederlaag gaat worden.”